Knuffelzucht.

Annie heeft zich nog nooit zo eenzaam gevoeld. Soms gaat ze naar de supermarkt, maar niemand komt bij haar in de buurt. Het is alsof ze haar mandje met allerhande besmettelijke ziektes heeft gevuld. In de kranten zeggen ze dat anderhalve meter afstand houden genoeg is, maar de mensen verdubbelen die afstand als ze haar over straat zien lopen. Ze is oud. Tweeëntachtig. Ze is kwetsbaar. Als Annie corona krijgt, is het einde verhaal. Dat zegt haar buurman ook steeds tegen haar.

“Blijf toch binnen, Annie. Ik doe wel boodschappen voor je. Als jij die ziekte krijgt, is het einde verhaal.”

“Wat maakt dat uit? Dit is al maanden mijn verhaal niet meer,” zegt ze dan.

Mensen zeggen weleens dat eenzaamheid een mens kan opvreten, maar de eenzaamheid die ze nu voelt is alleen maar aan het kauwen. Het slikt niet door. Het gunt haar geen verlossing. Het blijft kauwen. De tanden en kiezen maken haar steeds kleiner en als de kaken eventjes stilstaan, sluit ze haar ogen en droomt ze over de slokdarm.

Vanochtend schreef ze met een viltstift ‘KNUFFEL MIJ’ op de voorkant van haar mondkapje, maar niemand heeft haar nog geknuffeld. Misschien had ze groter moeten schrijven. Dikkere letters.

Ze loopt over de Palmgracht. De plek waar ze is geboren. De plek waar ze woont. De Palmgracht is haar thuis. Ze woont er al zo lang dat haar hart in een kokosnoot is veranderd.

Er hangen twee makelaarsborden in de straat. Een paar weken geleden belde ze die makelaars op. Het ene huis staat voor 700.000 euro te koop. De ander voor 800.000.

Annie is al maanden voor een nieuwe koelkast aan het sparen.

Ze haalt twee tartaartjes bij Slagerij Louman. Eigenlijk heeft ze aan eentje genoeg. Dat tweede tartaartje gaat ze naar alle waarschijnlijkheid weggooien, maar dat maakt haar niet uit.

“Krijg je bezoek?” vraagt de slager.

“Misschien,” zegt Annie.

Ze loopt door de Driehoekstraat. Ook hier staat een huis te koop. 845.000 k.k. De Driehoekstraat is nooit haar favoriete straat geweest, maar sinds ze zo eenzaam is, begint ze de straat te haten. De hoeken van een driehoek zijn nooit alleen.

Op de Brouwersgracht ziet ze een bekende. Iemand van vroeger. De zoon van een vriend van haar vader. In het verleden was hij een boef, maar dat hoorde bij de Jordaan. Dat was de Jordaan. Boeven en bakstenen. En bezorgde moeders. Opeens was iemand gewoon een paar jaar weg. Niemand had geld om op vakantie te gaan, en toch was er best vaak iemand op vakantie. Er was altijd wel een oom of neef op berenjacht in Canada of zo. En een paar jaar later was hij terug. Dan stond hij weer op de hoek van de straat. Niemand stelde vragen. Ome Joop stond gewoon weer op de hoek van de straat de huid van de beer te verkopen voordat deze überhaupt geschoten was.

“Heb je een knuffel nodig, Annie?” vraagt de bekende van haar, en van de politie.

“Heel graag.”

“Maar is dat niet strafbaar?”

“Ik zit al in de gevangenis, schat.”

4 gedachtes over “Knuffelzucht.

Geef een reactie