Lieve stad

‘Zijn jullie me aan het volgen?’ vraag ik aan de twee mannen die me aan het volgen zijn. Het is 04.17. De straten zijn verlaten. Amsterdam is een spookstad. Nee, zelfs de spoken slapen.

De mannen zeggen niets. Ik doe alsof mijn telefoon gaat en neem op.

‘Jij ook de beste wensen, man. Ja, sorry. Ik wilde je nog een appje sturen. Natuurlijk had ik je wat eerder de beste wensen willen toewensen, maar je weet hoe dat gaat. Ik had het druk. Ja, ja, jij hebt het ook druk. Iedereen heeft het druk. Volgend jaar stuur ik op 1 januari een appje. Ik beloof het.’

De mannen halen me in en gaan voor me staan. De ene heeft een fietsslot in zijn handen. De andere een stanleymes zonder mesjes.

Ik voel in mijn jaszakken of ik iets bij me heb waarmee ik mezelf kan verdedigen. Een  half rolletje Fruittella. Lippenbalsem. Dan voel ik het in mijn rechterzak. De lichtgevende jojo van mijn zoon.  

De man met het fietsslot trekt de mouwen van mijn jas omhoog om te kijken of ik een horloge draag.

‘Waarom draag je geen horloge?’

‘Ik denk dat mijn horloge nog op de wasbak in de badkamer ligt. Altijd als ik ga douchen doe ik hem af. Ik weet dat dat ding waterdicht is, en toch doe ik hem af. Het is net of ik niet in waterdichtheid geloof.’

De man met het mes zonder mesjes bladert door mijn portemonnee. Een briefje van vijftig en heel veel kaartjes. Hij draait een wit kaartje om.

‘Je moet woensdag naar de tandarts,’ zegt hij. Ik bedank hem vriendelijk.

‘Is dit je zoon?’ vraagt hij. Ik kijk naar het pasfotootje. Dan zegt hij dat hij ook een zoon heeft. Hij haalt een foto uit zijn binnenzak. Een blond jongetje staat voor de poort van Artis.

‘Ik doe dit voor hem, weet je wel? Het is niets persoonlijks of zo. Maak je zakken eens leeg.’

‘Je hebt niet veel bij je, man.’

‘Ik weet het. Sorry.’

‘Dat briefje van vijftig houden we. En wat is je schoenmaat?’

’43.’

‘Welke maat heb jij ook alweer?’ vraagt hij aan de andere man. De andere man heeft maat 46.

‘En die chique jojo houden we ook. Er zitten lampjes in, toch? Doe eens voor.’

‘Ik ben er niet heel goed in,’ zeg ik.

Het is 04.23 en ik sta in de Bosboom Toussaintstraat te jojoën. De twee mannen kijken naar me. De rode lampjes knipperen.

‘En dat halve rolletje Fruittella nemen we ook mee,’ zegt de andere man.

‘Echt? Alle lekkere smaken zijn er al uit hoor.’

‘Dat maakt niet uit. Je moet woensdag naar de tandarts.’

Een gedachte over “Lieve stad

Geef een reactie