Ik vouw van jullie.

Ik was een jaar of tien. We reden met het hele gezin naar Zuid-Frankrijk. Mijn vader was van plan het hele stuk in één keer te gaan rijden, maar in de nacht werd hij toch moe. Hij draaide het raampje open om wakker te blijven. Mijn moeder sliep al en mijn zus ook. Alleen mijn vader en ik waren wakker.

“Ga gewoon slapen,” zei ik.

Hij stak zijn rechterhand tussen de voorste stoelen door en ik pakte zijn vingers vast. Niet veel later reed hij de parkeerplaats van een tankstation op.

“Gaan we hier slapen?” vroeg ik. Het was een nagenoeg lege parkeerplaats. Er was geen dorpje of stad in de buurt. Waar ik ook keek, ik zag nergens een huis waar het licht brandde. Er stonden alleen drie scheef geparkeerde vrachtwagens.

“Als je bang bent, slaap ik wel op de vouwwagen,” en daar ging hij. Mijn vader stapte uit de auto en ging op de bovenkant van onze recreatieve Transformer liggen. In ingeklapte vorm was onze vouwwagen gewoon een aanhanger, maar als je hem uitklapte verscheen er een zo goed als waterdicht oranjebruin kampeerpaleis.

Mijn vader lag dus als een waakhond buiten de auto. Ik heb de hele nacht naar hem gekeken. Ik waakte over de waakhond. Ik was de waakhondwaakhond. Er reden honderden auto’s langs, maar niemand stopte. Niemand zorgde voor gevaar.

Ik denk de laatste tijd vaak aan die nacht op de parkeerplaats. Ik was tien jaar oud. Schaafwonden, scheetkussens en domme plannetjes, dat was ik. Mijn vader was veertig. De leeftijd die ik nu heb.

Hij ligt momenteel op een ziekenhuisbed in de huiskamer. Als ik door mijn wimpers kijk, lijkt het ziekenhuisbed op een vouwwagen. Er zitten wielen onder en alles wat op hout moet lijken is van plastic. Als ik een rijbewijs zou hebben, zou ik het bed aan mijn auto vastkoppelen en naar Zuid-Frankrijk rijden, maar ik heb geen rijbewijs.

Mijn vader krijgt veel berichtjes binnen op zijn telefoon. Het zijn lieve berichten. Mijn vader kan zelf niet meer reageren, dus ik doe het. Ik probeer te schrijven zoals mijn vader schreef, zodat de mensen denken dat hij het is die reageert. Korte zinnen en een overdaad aan emoji’s. Af en toe een joekel van een spelfout. Mijn moeder is van mening dat ik erbij moet schrijven dat ik de persoon ben die reageert, maar dat doe ik niet. Ik vind het wel mooi. De realiteit is momenteel lelijk genoeg voor wat schone leugens.

In een groot deel van de berichten staan de woorden ‘strijd’ en ‘vechten’. Mensen gaan altijd in oorlogsmodus als het over kanker gaat, maar in de huiskamer van mijn ouders heerst de puurste vrede.

Mijn vader heeft de laatste jaren flink gevochten. Hij was zelfs een tijdje schoon, maar niets maakt kanker zo boos als het woordje ‘schoon.’ “Noem je mij vies of zo?”

Mijn vader is zo sterk dat hij niet meer hoeft te vechten. Hij is niet meer in oorlog met zijn ziekte. Soms lijkt het alsof ze spelletjes met elkaar aan het spelen zijn. Hij en de kanker. Vanochtend waren ze aan het armpje drukken. Dat is hoe de situatie nu is. Ze zijn met elkaar aan het armpje drukken, maar de kanker heeft veel meer vingers.

Gisteravond speelden ze Doen, durven of waarheid met elkaar.

“Doe maar waarheid,” zei mijn vader.

“Ben je weleens verliefd geweest?” vroeg de kanker.

“Ik ben het nog steeds.”

Toen hij dit zei, stond mijn moeder in de keuken wat appelmoes in het mooiste schaaltje te lepelen.

Hij eet alleen nog maar appelmoes en dat is prima. Van appelmoes is nog nooit iemand doodgegaan.

Mijn zoon is eventjes op bezoek. Hij staat naast het ziekenhuisbed van zijn opa. Het is bizar om te zien. Mijn vader krimpt en mijn zoon groeit. Hij is nog nooit zo groot geweest. Het is alsof mijn vader al zijn kracht aan mijn zoon geeft, zodat hij kan groeien.

Hij is opeens zo groot dat hij een rijbewijs heeft. We dragen het bed van mijn vader naar beneden en koppelen het vast aan de eerste auto van mijn zoon.

Samen rijden we naar Zuid-Frankrijk. Mijn zoon is van plan om het hele stuk in één keer te rijden, maar dat gaat niet. Hij is pas zes jaar. Bijna zeven.

We staan op een parkeerplaats in de buurt van Mâcon. Mijn zoon ligt op de achterbank te slapen en mijn vader ligt op de vouwwagen. Ik vouw een waakhond van mezelf en bewaak ze allebei.

Ik ben nog nooit zo bang geweest.

En ook nog nooit zo gelukkig.

Beste lezer. Hieronder zou je een bedrag aan mij kunnen doneren. Voor deze column en voor de honderden columns die nog komen gaan. Bedankt voor je vertrouwen. Niets dan liefde. 



Donate € -


9 gedachtes over “Ik vouw van jullie.

  1. Herkenbaar…vouwwagen…stoere vader…heel veel sterkte….mooi dat je het zo goed kunt verwoorden….de herinnering en de onvoorwaardelijke liefde.

  2. Prachtig. Heb een traantje moeten wegpinken van herkenbaarheid. Ik reageerde ook op die manier op mensen met de telefoon van mijn vader toen hij het zelf niet meer kon. Kanker is zoiets afschuwelijks, zoiets hards… En toch lag mijn vader, net als jouw vader, met zoveel rust en op een gegeven moment zelfs acceptatie in zijn ziekenhuisbed. Ik wens je nog heel veel sterkte toe, wat dat dan ook mag betekenen. Koester de momenten die je nog gegund zijn met je vader.

  3. Man wat schrijf je het weer mooi op. En zo herkenbaar. Mijn pa die in één stuk wilde doorrijden naar de Cote d’Azur, maar dat toch ergens op de mega grote rustplaatsen langs Route de Soleil even slapen. Hij op een matras naast de auto. Wat een prachtige herinneringen. Ik heb afgelopen week afscheid genomen van mij vader. Jouw blogs hebben mij zoveel kracht gegeven. Mijn dank daarvoor en een diepe buiging. De liefde zal altijd blijven. In jouw woorden komt dat zo krachtig naar voren. Ik wens je heel veel sterkte James. Voor jou en je familie.

  4. Zo mooi verwoord!! Lees het met een brok in m’n keel en een traan op m’n wang..
    Alle liefde en kracht voor jullie hele gezin en je ouwe in het bijzonder ❤️

Geef een reactie